Chirurgische ingrepen
Huidafwijkingen
Er zijn vele soorten huidafwijkingen. Moedervlekken, basaalcelcarcinomen, atheroomcystes (talgklieren) en fibromen komen het meeste voor. Daarnaast komen ook lipomen (vetbulten) voor. Deze afwijkingen zijn meestal niet gevaarlijk, maar kunnen wel hinderlijk en/of ontsierend zijn.
Verschillende huidafwijkingen
Lipomen zijn gezwellen van het onderhoudse vetweefsel. Deze gezwellen hebben de vorm van ronde, meestal pijnloze, ovale bultjes. Ze zijn goedaardig. Lipomen komen meestal voor op de onderarmen, hals en romp.
Moedervlekken zijn goedaardige opeenhopingen van pigmentvormende cellen in de huid. Naast normale, rustige moedervlekken bestaan er ook onrustige en kwaadaardige moedervlekken. Als hiervan sprake is moeten deze worden verwijderd, omdat het voorlopers van een kwaadaardige huidtumor (=melanoom) kunnen zijn. Soms wil een patiënt uit cosmetische overwegingen een moedervlek laten verwijderen. Dat is ook mogelijk.
Het basaalcelcarcinoom is de meest voorkomende soort huidkanker. Het ontstaat meestal op plaatsen op de huid die veel aan de zon zijn blootgesteld. Een basaalcelcarcinoom zaait (vrijwel) nooit uit en is daarom zelden levensbedreigend. Het plaveiselcelcarcinoom is ook een vorm van huidkanker. Deze vorm groeit sneller en zaait sneller uit, maar kan heel goed behandeld worden door de chirurgisch weg te snijden.
Fibromen zijn veel voorkomende, goedaardige, huidkleurige gezwelletjes. Ze zijn gemaakt van bindweefsel. Andere termen zijn ook wel ‘wild vlees’ of ‘steelwratjes’.
Een atheroomcyste is een talgklier met een afvoerprobleem van talg. Hierdoor hoopt een te grote hoeveelheid talg op, waardoor je een zwelling voelt. Deze kan soms ontstoken raken (of eerder geweest zijn) en een abces veroorzaken. Atheroomcysten kunnen overal in de huid voorkomen, maar het vaakst worden ze gezien op de behaarde hoofdhuid en romp. Een atheroomcyste is het beste en meest pijnloos te verwijderen als de ontsteking (weer) rustig is.
Behandeling
De behandeling bestaat uit de chirurgische verwijdering van de afwijking. Vóór de ingreep hoor je van de arts wat zij precies bij je gaat doen. Rond de huidafwijking krijg je twee verdovingsprikken. Daarna verwijdert de arts de huidafwijking(en).
Na de ingreep wordt de wond gehecht. De hechtingen moeten later worden verwijderd op ons spreekuur.
Sommige huidafwijkingen worden ingestuurd naar het laboratorium voor weefselonderzoek. Daar wordt de huidafwijking microscopisch onderzocht op eventuele kwaadaardigheid. Na 7 tot 10 dagen is de uitslag meestal bekend. Je hoort de uitslag van de arts wanneer je voor de hechtingen op het spreekuur komt of tijdens een telefonisch consult.







